Twee maanden geleden was hij er nog niet eens en nu al hoort hij er helemaal bij! Ik weet nu weer precies wat het betekent om een hond in huis te hebben. Het is grappig te merken dat gewoontes die je vroeger had met de hond(en) nog in je hoofd zitten. Wanneer krijgt hij een brokje en wat zeg je als je gaat oversteken. Ik geloof dat hij het ook al allemaal een beetje gaat begrijpen. Bij Hans wil hij graag aan zijn hand likken en als Hans daar dan genoeg van heeft, klinkt het: “nu is het klaar”. En ja hoor, dan gaat Xeno naar zijn kussen en rolt zich op voor een dutje. Dat doet hij trouwens graag, moet ik zeggen.

Xeno is ook slim. Als ik ’s morgens even naar beneden kom en ik ben nog niet aangekleed, dan peinst hij er niet over om uit zijn mand te komen, het zou toch niks opleveren. Maar heb ik gedoucht en ben ik aangekleed, ja, dan begint het feest. Hij springt letterlijk een gat in de lucht, want we gaan uit! En als we dan terugkomen krijgt hij van Hans wat te eten. Vervolgens gaan wij ontbijten en hij? Hij rolt zich weer op en droomt van de volgende wandeling, denk ik. Toch gaat niet alles van een leien dakje. Xeno had een trimbeurt nodig, elke twee dagen lag er een tapijt van haar, overal. Dat is nu nog zo, maar nu duurt dat zeker drie dagen. Goed, wij naar een trimster. Een aardige mevrouw en Xeno is welwillend. Hij wordt op een tafel gezet en zijn riem wordt vastgehaakt aan het plafond. Als wij een dik uur later er weer zijn om hem op te halen, ligt zijn riem in drie stukken op de grond. De mevrouw vertelt dat ze hem even alleen gelaten had. Nota bene op die tafel, ja dan raakt ons hondje in paniek. En wat doe je dan, om er af te komen bijt je je riem door. Gelukkig maar dat hij niet heeft willen springen, dan hadden er ergere dingen kunnen gebeuren. Een volgende keer toch maar een andere trimster zoeken. En de leverancier van de riem, de Welkoop, geeft na mijn verhaal gratis een nieuwe. Aardig toch! De middagwandelingen zijn het fijnst, we zijn dan minstens een uur op pad. Andere honden zijn nog steeds niet zo interessant, al wordt er af en toe wat gesnuffeld. Duurt het te lang, dan kunnen ze een snauw krijgen. Daar blijft het bij. Al heeft hij één grote vriend, Easter geheten. Hij is ook Roemeen en dat schept een band natuurlijk. Bovendien is hij van een goede vriendin. Een paar keer in de week spreken we af en dan wandelen we samen. We vormen dan een soort roedel, in de ogen van Xeno, neem ik aan. Hij straalt dan veel meer zelfvertrouwen uit dan anders. Hij loopt los en rent en heeft duidelijk plezier, terwijl Easter alles best vindt, stoïcijns als altijd. Hij springt nu ook met groot enthousiasme in de auto, dat was in het begin wel anders, toen “lepelden” we hem zo ongeveer met ons tweeën naar binnen.