“Ik ben misschien de eerste, maar zeker niet de laatste. Wanneer ik dat zeg denk ik aan mijn kleine nichtjes die niet beter zullen weten dan dat de vicepresident van de Verenigde Staten een zwarte allochtone vrouw kan zijn.”  Deze woorden sprak Kamala Harris (1964) na haar inauguratie tot vicepresident van de Verenigde Staten begin dit jaar. Het is wat haar moeder haar en haar zusje altijd voorhield. Je kunt alles bereiken wat je wilt, maar wees een voorbeeld voor anderen, zodat ook zij zo ver kunnen komen.  Het is de rode draad die door The truths we hold loopt. Steeds weer wijst Kamala Harris erop dat elk mens de kans moet krijgen, maar die ook moet pakken, sterker nog, voor zichzelf moet opeisen.

Op zich is het niet verrassend om van een aantredend Amerikaans politicus meteen een boek te zien verschijnen, men is er daar vlot mee. Wel verrassend is de inhoud. Immers, Kamala Harris is in de Verenigde Staten geboren als dochter van  een gekleurde vader uit Jamaica en een Indiase moeder, een vooraanstaande positie was dus geen automatisme. De gekleurde mens stond per definitie op achterstand. Harris vertelt haar levensverhaal chronologisch, groeiend van het jonge meisje in een gesegregeerde wereld tot de zelfbewuste vrouw die wij hebben leren kennen. Overigens wordt de wereld van haar jeugd ook getekend door activisme en progressieve mensen in haar omgeving.

Treffend is haar blijvende verwondering over haar eigen carrière. Ondanks het feit dat ze overtuigd is van haar kracht, blijft er altijd een soort bescheidenheid. Dat laatste weerhoudt haar er niet van stevig van zich af te bijten in de witte mannenwereld en voet bij stuk te houden als dat nodig is.

De vele misstanden worden uitvoerig aan de kaak gesteld, zoals de ongelijke behandeling die zwarte Amerikanen in de gevangenis ten deel valt. Als officier van Justitie gaat zij voor niets of niemand uit de weg. Maar ook de strijd om gelijke rechten voor de vrouw staat hoog in haar vaandel, in het bijzonder de  laagopgeleide jonge meisjes wil ze kansen geven. Door haar komen er mogelijkheden om alsnog een opleiding te volgen voor zowel die jonge kansarme vrouwen als voor de vrijkomende gevangenen. Geen terugval, maar vooruitgang, dat is het doel.

Ook de bankencrisis van 2008 komt uitgebreid aan de orde, met name haar strijd tegen de directeuren van die banken, die geen enkel gevoel kunnen opbrengen voor mensen die lijden onder de onvoorstelbaar zware hypotheeklasten. 

Het meest aangrijpend is echter het verhaal over de vluchtelingen, van wie door de regering Trump de kinderen worden afgenomen. Bewonderenswaardig, dat ze haarfijn aangeeft waar en bij wie de fout ligt, maar de naam van Trump niet of nauwelijks noemt.  Uiteraard weten we inmiddels wel hoe de vork in de steel zat, maar ze geeft ook aan dat het systeem de  ruimte bood.

Met dit boek heeft Kamala Harris een duidelijk beeld geschetst van haar eigen ontwikkeling in een maatschappij die nog steeds gesegregeerd is en waar dus nog heel veel moet gebeuren. Denk maar aan Black Lives Matter, waarvoor zij zich ook hard maakt. Voor de lezer is het in de meest letterlijke zin een aansprekend verhaal. Ze komt heel dichtbij, vertelt op een heel natuurlijke manier, alsof ze  tegen een bekende spreekt. Gezien het feit dat Harris over de verkiezingen en alles wat daarmee samen hangt niet schrijft, doet vermoeden dat er nog wel een volgend boek zal komen. Zeker iets om naar uit te kijken.

De vrouw die misschien in de toekomst de eerste vrouwelijke, bovendien gekleurde president van de Verenigde staten zal zijn, is, en dat wil zij ook, een voorbeeld voor velen. Voorlopig is daar Joe Biden en ik gun hem niets dan goeds, maar Kamala’s tijd komt ook en zij verdient dat ten volle.

Miriam Vaz Dias