Het gezin van Zelda en Bor is in New York. Het is 11 september 2001, beter bekend als ‘nine/eleven’. Samen met de kinderen, zijn ze op het dak van een wolkenkrabber, waar hun huwelijk zal worden ingezegend door een rabbijn. Behalve Zelda en Bor zijn daar Philip, Zelda’s zoon uit een eerder huwelijk en Pol en Sam, hun beider kinderen. Als het bruidspaar onder de choepa staat, een baldakijn speciaal bedoeld voor een joodse huwelijksplechtigheid, doorboort het eerste vliegtuig de Twin Towers. Op enkele honderden meters afstand. Deze dramatische gebeurtenis vormt het voorspel van de roman.

Terug in Nederland, ontmoet Zelda op straat in de sneeuw voor het eerst Amal, een jonge Somalische vluchtelinge. Zelda is overweldigd door haar schoonheid, koninklijk noemt ze haar. Maar ze schrikt ook en misschien nog wel meer van haar eigen reactie.. De gebeurtenissen in New York en daarna in de hele wereld, plus haar joodse afkomst, maken dat ze niet bepaald onbevangen tegenover haar staat.

‘Een zwarte prinses leek ze, zoals ze daar voortschreed, van top tot teen gehuld in doeken uit een andere wereld, die in een dergelijke kou een even desperate als koninklijke indruk maakten. Het mezelf toegeven kon ik niet, maar de vroomheid die het habijt van het meisje verraadde, verkilde mijn toch al koude lichaam.’

Amal wordt de oppas van de jongste twee kinderen en de familie raakt toch verknocht aan haar. Sam, de jongste zoon, een pianist in de dop, gaat samen met haar muziek maken en het blijkt dat Amal een bijzonder mooie stem heeft. Ze wordt aangemeld voor een televisieprogramma, De Stem, (lees The Voice). Al bij haar eerste optreden werpt ze demonstratief haar sluiers af. Amal en de familie raken in een maalstroom van gebeurtenissen. Er is sprake van ernstige bedreiging, er komt bewaking en een safe house. Zijdelings komt ook Philip in de problemen en ook die zijn gerelateerd aan de islam, en bieden een blik vooruit op de verdere gebeurtenissen.

Het lijkt haast of Jessica Durlacher eerst een zorgvuldige constructie heeft gemaakt van situaties, alle betrekking hebbend op de dreiging die uitgaat van de islam. Daaraan is het verhaal gekoppeld. Het wordt er niet geloofwaardiger door. Uiteraard is de tijd waarover ze schrijft wereldwijd getekend door bedreigende situaties, toegegeven, maar dit gezin staat wel heel erg centraal in alle ellende. Het gezin is joods, daarnaar wordt regelmatig verwezen, maar die verwijzingen zijn niet functioneel. De spanningen hadden even zo goed kunnen plaatsvinden in een niet-joodse omgeving. Natuurlijk is de schrijfster zelf ook Jodin, het zal haar ongetwijfeld beïnvloed hebben en dat mag, maar in het verhaal speelt het vrijwel geen rol.

Zelda is als verteller natuurlijk niet altijd een betrouwbare bron, haar perspectief hoeft niet per se realistisch te zijn. De manier waarop zij Philip in bescherming neemt en vergoelijkt wat hij doet, komt wel goed tot zijn recht. Als moeder wil je niet dat je kind nare trekjes heeft. Bor blijft door haar pen vrij stereotiep, een populair advocaat met rijke vriendjes, die gevraagd wordt in praatprogramma’s en ondertussen te weinig tijd heeft voor zijn gezin. Ook de andere personen blijven wat vlak. Wellicht komt dat ook doordat de schrijfster de neiging heeft alles te vertellen en niets te laten gebeuren. Geen ‘show, don ’t tell’ dus.

Ondanks die tekortkomingen, weet Jessica Durlacher wel de spanning er in te houden. Met name het tweede deel leest bijna als een thriller. Voor wie het zo wil lezen, kan het boeien, maar dat is het dan ook.