Als Abdulrahman, jaren geleden in Nederland gekomen als politiek vluchteling,  schijnbaar achteloos, een oude leren tas wil achterlaten naast een bank op het station, wordt hij aangehouden door de spoorwegpolitie. Aanvankelijk willen de agenten hem erop wijzen dat hij iets vergeet, maar de uitleg die Abdulrahman geeft, is van een geheel andere orde. Hij vergeet de tas niet, maar laat hem bewust achter. Dat is nog verdachter natuurlijk, zeker gezien zijn uiterlijk, denkt de politie onuitgesproken, aan een aanslag.

De inmiddels Nederlandse Syriër heeft echter een missie. In zijn tas zitten vragen, filosofische vragen. De bedoeling is dat de vinder er een uithaalt en die anoniem beantwoordt. Mooi bedacht, vindt de politie, maar hij moet zijn tas toch maar weer meenemen. Dat doet hij en vervolgens kiest hij een ander opzet, één vraag nog maar, Waarom tijm? stelt hij in een aantal brieven die hij her en der verspreidt. De vinder kan de vraag verhalend beantwoorden en sturen naar een bepaald adres, anoniem. Ze zijn bedoeld voor een zieke vriendin van Ab, zoals hij genoemd wordt.

De lezer krijgt een aantal van die brieven voorgelegd, waarin de meest uiteenlopende mensen aan het woord komen, die echter allemaal over de liefde schrijven. Die liefde kan heel verschillend zijn, een beëindigde relatie, maar ook ouderliefde, de dood en afscheid komen aan de orde. Tussen al die brieven door, speelt zich het leven van Ab af. Een geslaagd  hoofd van de ICT in een museum.

Désanne van Brederode is filosofe en religie speelt in haar boeken vaak een belangrijke rol, evenals het Midden-Oosten. De keuze voor een Syrische politieke vluchteling als hoofdpersoon, is dan ook niet de verrassing van De tas. Wel verrassend is de vorm. Of eigenlijk heeft het boek meerdere vormen, deels raamvertelling, deels brievenroman en uiteindelijk… toch ook niet dat. Désanne van Brederode mag graag verrassen.  Nu kun je met verrassen ook te ver gaan. Om nu de tas én het station aan het woord te laten, het komt wat gekunsteld over.  De tas, nadat hij gekocht is, ervaart de straat:

‘Aanzwellende verkeersdrukte, gierende banden, getoeter. Autoradio’s waar muziek uit schalde, alles door elkaar heen, opgefokte rap van Fairuz, ik geloof zelfs Prokofjief, maar vooral veel Arabische pop, in vlagen. De wegen brede, platgeslagen notenbalken, de auto’s de noten, akkoorden, losse riedels die zich van maatstrepen niks aantrokken.’

Het gaat wat ver. Overigens schrijft Désanne van Brederode prettig leesbaar, niet al te lange zinnen. Al zou een beperking van het aantal opsommingen wel een goed idee zijn.  Hoofdthema is de Liefde, een sterke kant van de auteur. De wending die het verhaal neemt komt volkomen onverwacht, maar is wel heel bijzonder. De auteur mag haar lezers graag op het verkeerde been zetten en wat dat betreft, slaagt ze ook dit keer weer volledig. Het is niet haar sterkste roman, maar eenmaal begonnen, is het toch aan te bevelen om het boek uit te lezen, al is het maar om die wending.

Miriam Vaz Dias