Aan het eind van de negentiende eeuw wordt de slavernij afgeschaft in Afrika. Dat betekent geenszins dat het leven er gemakkelijk op wordt. De tweeling Hassana en Husseina wordt tijdens een overval op hun dorp in Ghana samen met hun zus Aminah geroofd door een bende. Achter hun rug wordt het dorp in brand gestoken, waarbij de rest van de familie omkomt. In ‘Het diepe blauw’ beschrijft Ayesha Harruna Attah hoe het de tweeling na deze verschrikkelijke gebeurtenis vergaat. De zusjes zijn een jaar of tien wanneer het drama zich voltrekt.

Tijdens een lange voettocht raken de twee meisjes niet alleen Aminah, maar ook nog elkaar kwijt, wat voor hen beide uiteraard heel traumatisch is. Hun leven lang deelden zij alles samen, het voelt bijna als een amputatie. Zij ontwikkelen zich heel verschillend. Hassana  was altijd de krachtige, Husseina de volgster.  De roman volgt twee verhaallijnen, de hoofdstukken gaan afwisselend  over Hassana en Husseina en dragen ook die namen als titel. Opvallend daarbij is, dat Hassana zelf aan het woord is, de hoofdstukken over haar hebben een ik-perspectief en die van haar zusje hebben niet die vorm, er is daar sprake van een verteller. Hoewel deze keuze niet echt te verklaren valt, stoort zij niet.

De kracht van de schrijfster is, dat zij in staat is in de huid van de volwassen wordende meisjes te kruipen en zo de lezer mee te nemen in de Afrikaanse wereld van die tijd. De rol van de vrouw is die van ondergeschikte aan de man. Vooral Hassana komt daar stevig tegen in het geweer. Zij vlucht weg bij een man die haar gekocht heeft en haar zeer slecht behandelt. Ze bouwt een eigen leven op,  meestal geholpen door krachtige vrouwen. Ondertussen ontwikkelt zij zich tot een zelfstandige jonge vrouw, ze leest, leert talen en verzet zich tegen het onrecht dat ze tegenkomt.

Husseina komt terecht in de wereld van de Candomblé, een oud-Afrikaanse religie. Priesteres Yaya koopt haar vrij van een eveneens gewelddadige man en neemt haar mee naar Bahia in Brazilië. Hiermee wordt de titel van het boek verklaard. Het diepe blauw staat voor de oceaan die de meisjes scheidt. De overtocht naar Zuid-Amerika staat dan ook symbool voor het nog verder uit elkaar drijven van de levens van de tweeling.

Naast het ontdekken van de Afrikaanse culturen is de roman ook psychologisch sterk. De tegenstelling tussen de beide hoofdpersonen is groot. Ze mogen dan een tweeling zijn, ze denken verschillend. Husseina, die zich later Vitória noemt, voelt de afwezigheid van haar zus enerzijds wel, maar is ook opgelucht dat zij haar eigen weg kan kiezen. Hassana daarentegen, mist haar zusje en is ook bang dat die het zonder haar leiding niet zal redden. Beiden dromen en zijn ervan overtuigd dat zij in elkaars dromen binnendringen.

Deze roman vormt als het ware een verbreding van het vorige boek van A.H. Attah, ‘De honderd waterputten van Salaga’, waarin het leven van zus Aminah verteld wordt. Ook daar de tegenstelling tussen sterke vrouwen en slechte mannen. Welvarend en arm, religieus en seculier. ‘Het diepe blauw’ doet beslist niet onder voor het vorige boek. Ze zijn los van elkaar te lezen, maar wie het ene leest, zal ongetwijfeld ook gaan voor het tweede.

De stijl is vlot en al speelt het verhaal zich af in de negentiende eeuw, het voelt nergens alsof het zo lang geleden is. De personen zijn in hun denken nog even geloofwaardig en zouden van deze tijd kunnen zijn.  De vertaling is heel goed, de Afrikaanse sfeer blijft overtuigend behouden. Kortom, alweer een boek van Ayesha Harruna Attah dat het verdient om gelezen te worden.