Hoofdmenu

Diverse

Jom Kipoer, een herinnering

YomKippurGraphicPlaceholder 300x221©.beit-nitzachon.nl

Het is zondag, 27 september. Je zou zeggen een normale dag in het najaar, niks bijzonders mee. Toch voel ik dat anders. Want vandaag en morgen is het Jom Kipoer, of Jom Kipper, zoals wij vroeger zeiden , ook wel bekend als Grote Verzoendag. Voor wie mij beter kent, ik ben niet religieus. Mijn binding met het jodendom stoelt puur op afkomst en traditie. Maar juist die traditie is het hem. Lang niet alle joodse feestdagen werden bij ons thuis gevierd, maar Jom Kipoer, ja dat was traditie in optima forma.

Om te beginnen gingen we niet naar school. Want nu mag het dan in het weekend vallen, dat is niet elk jaar zo. Het joodse jaar kent dertien maanden, gelijk opgaand met de maanstanden. Vandaar dat de data op onze kalender verspringen. Het is inmiddels in de joodse jaartelling ook al 5781! Goed, maar dat niet naar school gaan was aan een kant natuurlijk best leuk, maar het maakte wel dat je je anders voelde dan anderen en dat wil een kind eigenlijk niet. Bovendien was het niet allemaal even feestelijk. Om dat te begrijpen is het nodig om iets te weten van wat Jom Kipoer eigenlijk is.

Het is tien dagen na Rosh Hashana, het joods nieuwjaar. De joden wordt opgedragen om terug te denken aan het afgelopen jaar en met name aan wat je verkeerd gedaan hebt en waar je spijt van hebt. In de Thora, de joodse bijbel, wordt verteld dat de hogepriester Aäron opdracht kreeg twee bokjes te nemen. Het ene werd met de zonden van de mensen de woestijn in gestuurd, de zondebok dus, het andere werd geofferd. Uiteindelijk schonk God vergeving. Maar dat ging niet zomaar!

Vanaf zonsondergang op de eerste avond van Jom Kipoer tot de volgende zonsondergang mocht er niet gegeten of gedronken worden, er werd dus echt gevast kun je zeggen. Er mocht nog veel meer niet, maar voor ons, als kinderen was dat heel bijzonder. Vanaf je tiende ongeveer betekende het dat je echt niets binnen kreeg gedurende vierentwintig uur. Die eerste avond gingen we naar sjoel (synagoge) voor een zeer plechtige dienst. Je had die avond nog gegeten dus een half uurtje lopen, heen en terug, was geen probleem, want auto, fiets of openbaar vervoer was er niet bij. Dat mocht ook niet. In mijn herinnering heerste er een ernstige sfeer. Niet zo gek natuurlijk als je bedenkt dat je je moet bezighouden met wat je verkeerd gedaan hebt en wat je in het nieuwe jaar beter wilt doen.

De tweede dag was vooral lang. We hadden wel een soort van middagpauze maar we waren verder de gehele dag in de sjoel. Ik woonde in Dordrecht en mocht je de grote Portugese Synagoge in Amsterdam wel eens gezien hebben, daar leek onze sjoel in niets op! Het was een verder leegstaand gebouw, waarin één zaaltje gebruikt kon worden. We zaten op rechte stoelen, met rieten zittingen, die voor dat doel in keurige rijtjes waren gezet. Er waren ook niet zo veel mensen, de joodse gemeente in Dordrecht was door de oorlog uiteraard gedecimeerd. Het was al moeilijk genoeg om tien joodse mannen bij elkaar te krijgen voor de dienst, minje genoemd en noodzakelijk om een dienst te kunnen houden. Voor noodgevallen was er altijd meneer Duizend die met twee zoons uit Den Haag kwam, wat volgens mijn vader dan meteen drieduizend man opleverde.

De dienst was in het Hebreeuws en dus voor ons niet te begrijpen. De rituelen kenden we, de sjofar bijvoorbeeld, de hoorn die geblazen wordt om de mensen op te wekken om na te denken en bij de les te houden, zeg maar. Het openen van de ark waar de Thora rollen in staan in hun fluwelen jasjes en op de top elk twee zilveren kronen met belletjes. Verder bestond het enige vermaak op die dag uit de grapjes die mijn zwager Ies, afkorting van Izak , met een paar andere jongere mannen maakten. Mevrouw Cohen de Heer kwam binnen en de drie heren stonden om beurten op om haar te begroeten. Nummer één: ‘Mevrouw’, nummer twee: ‘Cohen’, en tot slot stond de derde op: ‘de Heer’. Ik kan me niet herinneren of de oude dame de humor ervan inzag, maar boos werd ze niet en wij vonden het erg grappig.

Het is allemaal lang geleden, maar tot vorig jaar toen mijn zus Betty er nog was, kwam er een telefoontje bij zus Liesje en mij om ons Gut Jomtov te wensen. Wat zo veel betekent als goede feestdagen. Of, aan het eind van de tien dagen het vertrouwde ‘nog veel jaren’. Dat is voorbij, maar vandaag denk ik er weer even aan. Met weemoed moet ik zeggen…

Miriam Vaz Dias

Plaats reactie