Hoofdmenu

Actueel

Het Rode Kruis en de Anne Frank-trein, in één week, het is te veel!

 Rode Kruis

Mijn joodse wortels, ik ben er niet dagelijks mee bezig, maar deze week werd ik er diverse malen mee geconfronteerd en nou niet bepaald op een prettige manier. Om te beginnen was daar het Rode Kruis. Het klinkt zo vertrouwd. Beelden doemen op van mannen en vrouwen die klaar staan met een groot rood kruis op hun mouw, met brancards sjouwen waarop zwaargewonden worden vervoerd en nog heel veel andere, belangrijke taken verrichten in oorlogssituaties en bij natuurrampen. Het Rode Kruis, een soort zekerheid in het leven, nooit aan getwijfeld.

Tot deze week dus.

Mevrouw Regina Grüter van het NIOD, (Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie) presenteerde de conclusies van vier jaar onderzoek over de handel en wandel van het Nederlandse Rode Kruis in de Tweede Wereldoorlog. Zonder te overdrijven kan ik zeggen dat ik geschokt was, zwaar geschokt. Die organisatie, die in mijn herinnering altijd heeft klaargestaan voor iedereen, blijkt dat helemaal niet altijd gedaan te hebben. Het landelijk bestuur liep als een hondje achter de Nazi’s aan. Joodse donors werden geweerd, joodse vrijwilligers ontslagen en dat was nog maar het begin. Nederlanders die gevlucht waren naar Frankrijk, konden hulp krijgen om terug te komen, als ze konden aantonen dat ze niet joods waren.

Rode Kruisorganisaties in andere landen, zoals Noorwegen en Engeland, verzorgden pakketten voor de mensen in de kampen. Maar voor het Nederlandse Rode Kruis bestonden ze niet eens, de joden, de Roma, de Sinti of de homoseksuelen. Niks pakketten. Ooit bracht het bestuur een bezoek aan Theresienstadt, het enige kamp waar bezoekers werden toegelaten. Het werd dan extra opgetuigd. Een kleuterklasje met spelletjes en vlaggetjes. Na afloop van het bezoek werd alles weer afgebroken.  Maar het Rode Kruis was “gerustgesteld”. In een reportage op tv  vertelde een overlevende van de  kampen, mevrouw Menco, dat het waarschijnlijk weinig geholpen zou hebben om te overleven, maar dat het idee, dat er aan je gedacht werd wel moreel van grote betekenis had kunnen zijn. Een kaartje was al wat geweest!

Gelukkig waren er lokaal wel heel moedige leden, die mensen hielpen, tegen de verdrukking in en zonder dat het hoofdbestuur er iets van wist of wilde weten. Na de oorlog kreeg de organisatie de taak uit te zoeken wie waar was omgekomen en of er nog familieleden op de hoogte gesteld moesten worden. Ook dat ging op een uiterst kille manier. Empathie was ver te zoeken. Een officieel formuliertje met daarop de naam en de datum en plaats van overlijden van het geliefde familielid. Overigens, dat kille gold ook voor de overheid, die zelfs om achterstallig ziekenfondsgeld vroeg aan teruggekeerden. Maar dat terzijde.

In 1947 al kwam de eerste kritiek naar buiten op het handelen van het Rode Kruis. Een onderzoekscommissie oordeelde als volgt: een formalistische organisatie die het aan moed ontbrak.  Jarenlang gebeurde er niets, het verdween uit het collectieve geheugen van de club, zeg maar. Toen in 2005 de toenmalige nieuwe voorzitter Breederveld geconfronteerd werd met een heel boze Frits Barend, “het Rode Kruis was er niet voor de joden in de oorlog”, stelde hij een onderzoek voor. Dat onderzoek heeft bovenstaand resultaat opgeleverd. In een woord schokkend.

Wat betreft mijn wortels, was er dan ook nog de trein die Anne Frank zou gaan heten. Ik ben absoluut overtuigd van de goede bedoelingen van de Bundesbahn, maar zo lang er mensen in leven zijn die erdoor gekwetst kunnen worden, zou ik zeggen: Niet doen! En de “vrije (platte) bewerking” van het dagboek van Anne door Ilja Pfeiffer, ik wil er zelfs niet over nadenken.

Miriam Vaz Dias

Reacties   
0 #1 Mieke 02-11-2017 09:09
Ik was al eerder opgehouden om aan het Rode Kruis te doneren; van nabij heb ik meegemaakt hoe slecht ze met stagiaires omgaan. Heel jammer als je vertrouwen wordt geschaad.
Citeer
Plaats reactie